Bezorgdheid om uitrol van 5G netwerk


Zowel in België als in Nederland wordt de uitrol voorbereid van het 5G-netwerk voor mobiel internet.

5G werkt met een hogere frequentie en is daardoor honderd keer sneller dan de huidige 4G-
technologie. Voor een goede dekking zijn echter veel meer zendmasten en antennestations nodig,

5G antennes hebben een bereik van ongeveer 200 meter. Supersnel internet klinkt aanlokkelijk.
Maar bij veel mensen groeit tegelijkertijd de angst voor de toegenomen elektromagnetische straling.
“Die bezorgdheid is begrijpelijk,” zegt professor Hans Kromhout in het Algemeen Dagblad. Hij is
hoogleraar epidemiologie aan de Universiteit Utrecht en doet onderzoek naar de
langetermijneffecten van elektromagnetische velden op de gezondheid van de mens. Hij spreekt zijn
verbazing uit over de snelheid waarmee het 5G-netwerk wordt uitgerold. “We zijn in Nederland
behoorlijk streng. Er komen geen nieuwe bestrijdingsmiddelen of medicijnen op markt zonder dat ze
door instanties uitvoerig zijn bekeken en onderzocht. Bij 5G gebeurt dat mijns inziens te weinig,
waardoor we niet weten of het schadelijk is of niet.’’ Over de lopende onderzoeken zegt professor
Kromhout: “Dergelijk onderzoek is belangrijk, maar kost veel tijd. Wil je de langetermijneffecten
achterhalen, dan moet je een groep mensen minstens twintig jaar volgen.”
In mijn jarenlange praktijk als arts voor natuurgeneeswijzen heb ik veel patiënten gezien die erg
gevoelig reageerden op dit soort straling. Ik ben het dan ook van harte eens met degenen die er voor
pleiten dat we zorgvuldig met deze materie om moeten gaan. We moeten toegeven dat veel zaken
uit de natuur, ook ons menselijk lichaam, nog onontgonnen terrein zijn. Dat geldt ook voor
frequenties en hun invloed op onze gezondheid. Ons organisme reageert zeer gevoelig op signalen,
op frequenties. We reageren op licht, op kleur, op klank, op geuren: in feite allemaal frequenties die
invloed hebben op de ‘ontvangers’ in ons lichaam. We zijn gevoelige antennes die ontvangen én
uitzenden. Al onze cellen doen dit, apart én als geheel. Heel veel is nog onbekend, maar toch kunnen
we met zekerheid stellen dat er een wezenlijke invloed is. En dat zou toch te denken moeten geven.